Met recht wordt Simone Kleinsma de Koningin van de Musical genoemd, hetgeen eens te meer tot uiting kwam bij de uitreiking van de Musical Award voor Beste Vrouwelijke Hoofdrol begin 2004. De zaal kwam als één man overeind en bewees haar een eer met een minutenlanga staande ovatie. Over twee jaar zit ze dertig jaar in het vak, de vele producties waar ze haar medewerking aan verleende zijn al lang niet meer te vertellen. Nu staat Simone aan de vooravond van de overstap naar het 'grote toneel' met het toneelstuk One flew over the Cuckoo's nest, waarin ze de rol van Nurse Mildred Radchet gaat vertolken.
‘AL EEN AANTAL JAREN heb ik de behoefte meer te kunnen spelen, meer diepte in een rol te kunnen brengen. Bij het fenomeen musical is het niet de bedoeling tot de bodem te gaan, het is allemaal wat meer aan de oppervlakte. Je zit toch met die drie disciplines; het zingen, het dansen en dan ook nog het spelen, dus je hebt niet de kans enorm de boel uit te diepen. Dat kost te veel tijd en zo zijn de karakters ook niet geschreven. Ik ben altijd op zoek naar uitdagingen, ik vind het lekker als ik aan iets begin en ik dan denk: goh, zou ik dat wel kunnen? Aan de andere kant is het ook doodeng, eng dat het niet lukt, maar ik ken mezelf nu langzamerhand goed genoeg om te weten dat ik een vast bijter en een doorzetter ben. Dat was met de productie Chicago destijds ook. Ik had toen lange tijd niet op mijn niveau gedanst en daarom was de rol in Chicago een hele uitdaging. Ik was dagelijks in de sportschool te vinden om mijn conditie weer op te bouwen. De uitdaging bij Mamma Mia! was om de rol iets meer te kunnen meegeven dan ik in de versie in Hamburg, Londen en New York had gezien. De oorspronkelijke Engelse creatives hebben ons altijd het idee gegeven alsof we het zelf aan het maken waren. Dat is natuurlijk niet helemaal zo, want alles is al uitgevonden qua grapjes, loopjes en dingetjes, maar we hebben er absoluut onze eigen prioriteit aan kunnen geven.
© 2005 uitgeverij Terra Lannoo BV | tekst Agnès van Oeveren | recepten Jacqueline Arnold | fotoportretten Kees tabak
Jaren terug krijgt Simone voor de eerste keer het gevoel dat ze heel graag in een toneelstuk wil staan, maar ze schuift deze gedachte onmiddellijk opzij omdat ze denkt dat ze dan de muziek teveel zal gaan missen. 'Dat is natuurlijk ook zo, maar dan kom ik weer terug op het zoeken naar een nieuwe uitdaging. In een toneelstuk kan ik niet terugvallen op het zingen, want dat kan ik nnu wel redelijk na al die jaren, maar het ontbreken van dit 'zekerheidje' vormt juist de uitdaging. Een nieuwe wereld waar ik mensen ontmoet die ik natuurlijk wel van naam ken, maar nog nooit de hand heb geschud. Dat is een beetje eng. Ik neem wel mijn eigen bagage mee van al die jaren musical, dus ik heb niet het gevoel dat ik een 'groentje' ben, maar het is even een andere métier. Dit is een rol waarvan ik denk dat ik iets heel anders van mezelf kan laten zien, iets wat men niet van mij kent, want het is geen vrolijke mevrouw'.
In december 2005 beginnen de repetities voor One Flew en Simone leest naast het script ook het boek, omdat dit volgens regisseur Hans Croiset veel informatie geeft over de karakters. Ook komen hierin de interactie en de spanning tussen de hoofdrollen van Nurse Radchet en Randle McMurphy (in de film gespeeld door Louise Fletcher en Jack Nickholson), meer naar boven. Het wordt een lang seizoen voor Victor Löw en Simone. 'In augustus nemen we de allerlaatste serie van de televisie komedie Kees en Co op en dan duiken we met z'n treeën in het toneelstuk. Dat vind ik heel erg leuk. Victor kwam ten tijde van Kees en Co voor het eerst in de wereld van de comedy en dat was nieuw voor hem. Ik heb hem toen een beetje aan de hand meegenomen en dat zal hij nu met mij moeten doen. De première is begin februari in de Stadsschouwburg Amsterdam, nou ja zeg, zo chic, ik val echt met mijn neus in de boter! Ik denk ook dat het goed is om na Mamma Mia! iets totaal anders te gaan doen, ik heb alles uit die rol gehaald wat er volgens mij in zat. Ook als ik niet in One Flew zou gaan spelen, zou ik toch even pas op de plaats maken om afstand te nemen van Mamma Mia! om vervolgens weer aan iets anders te beginnen'.



Hoewel Simone zich eigenlijk voorgenomen heeft om na de zomer van 2005 te stoppen met Mamma Mia!, stemt ze toch toe om nog een aantal voorstellingen in de week te blijven spelen tot het einde van het jaar. ‘Het is de bedoeling dat ik nog twee voorstellingen in de week ga spelen. Ik moet kijken of dat kan want vocaal is Mamma Mia! een zware productie. Bovendien krijgt je stem er een soort routine van. Ik merk het dan ook onmiddellijk wanneer ik twee dagen niet gezongen heb. Thuis zing ik nooit, ook niet onder de douche. Als ik iets moet instuderen gooi ik een cdtje in de auto en ga ik mee zitten blèren. De automobilisten om mij heen denken dan waarschijnlijk dat ik krankzinnig ben'.
Collega's van Simone noemen haar de zorgende factor binnen de groep, degene die de club bij elkaar brengt maar met name bij elkaar houdt. 'Leuk om te horen, maar zo zit ik waarschijnlijk in elkaar. Als ik ergens voor ga, dan ga ik er ook echt voor en ik denk dat je dan onbewust mensen meetrekt. Het is overigens niet zo dat ik nog steeds met iedereen intens contact heb, als je uit iedere productie een vriend of vriendin zou overhouden, dan is dat veel hoor'. Hoewel de hoofdrollen in Mamma Mia! niet meer iedere dag met elkaar op het toneel staan, verwacht Simone dat het afscheid van de productie zwaar zal zijn. 'We hebben het zo verschrikkelijk leuk. Dat is best bijzonder want het is toch altijd maar weer afwachten. Je zet zoveel mensen bij elkaar, elke dag maar weer en dan is het mazzel dat het zo goed klikt. Het was fantastisch dat Jon van Eerd en Hajo Bruins, na een tussenperiode waarin ze andere dingen hebben gedaan, weer terugkwamen in de voorstelling. We pakten het zo weer op'.
'Het valt mij wel al langere tijd op dat je ziet dat dingen veranderen, het lijkt wel of bij de 'jonkies' de passie weg is. Sommigen willen meteen bovenaan de ladder staan, maar ik ben blij dat ik van onderaan af ben begonnen en stapje voor stapje naar boven heb moeten gaan. Dan sleep je ook veel meer mee, heb je zoveel meer bagage en dat mis ik bij jongere mensen die denken dat ze er na één of twee jaar al zijn. Je kan het ze overigens niet kwalijk nemen want ze worden uitgekozen voor een bepaalde rol en volledig in de watten gelegd. Alle eisen worden gehonoreerd en men hoeft niet meer te vechten, dat is er natuurlijk ook een klein beetje debet aan. Ik kan mij vanuit de producent gezien heel goed voorstellen dat als er een 'naam' in een productie zit, dat dat prettig is. Het is alleen wel zo dat je niet de kwaliteit uit het oog moet verliezen om er BN'ers in te hebben. Mij deert het niet zo erg meer. Maar als je al vijf of tien jaar bezig bent en iemand anders is pas begonnen of is bekend door een of ander televisieprogramma en die jouw rol voor je neus weg pikt, terwijl je van jezelf weet dat je dat heel leuk had kunnen doen, dan is dat een zure appel. Dat kan ik mij heel goed voorstellen. Ik denk dan: ga nou maar gewoon door, de goeden komen altijd bovendrijven. Als aan mij gevraagd wordt hoelang ik al bezig ben en ik vertel dat ik al meer dan 25 jaar in het vak zit, vallen die klussen op het dek, de ogen rollen eruit en dan roep ik: 'ja, je hebt nog wel heel wat jaartjes voor de boeg'. Ik ben natuurlijk niet zaligmakend, helemaal niet, maar het is wel zo dat ik kan leunen op ervaring. Ik merk dat de nieuwkomers, uitzonderingen daargelaten, bijvoorbeeld niet meer naar andere producties kijken. Toen ik twintig jaar was, spaarde ik voor mijn ticket naar Londen bij elkaar om naar voorstellingen te kijken. Wegens gebrek aan tijd doe ik dat nu ook minder en dat vind ik zelf ook wel vervelend, maar als je jong bent dan moet je actiever zijn om te ontdekken wat er om je heen gebeurt. Het zijn altijd dezelfden die in de coulissen staan te kijken om te leren. Dat is ook zoiets, het klinkt nu een beetje van ' kijk mij eens', maar ik stond bij Gerard Cox bijna dagelijks in de coulissen om te zien hoe hij zijn teksten interpreteerde, hoe hij de Nederlandse taal behandelde. Bij André van Duin heb ik vooral staan kijken naar zijn timing, het plaatsen van een grap. In de tijd dat musical zo'n enorme vlucht nam, was er een tekort aan mensen die alle drie de disciplines beheersten en ook de opleidingen voldeden niet aan de eisen, misschien is dat er een beetje debet aan. Nu floreren de opleidingen wel. Neem nou de Lucia Mathas Academie. Ik ben daar laatst weer geweest om naar eindexamen presentaties te kijken. Dat was echt fantastisch. Een prima allround opleiding. De leerlingen krijgen al een dosis ervaring mee en een heel uitgebreid pakket. Zo bestaat ook de opleiding in Tilburg en niet te vergeten de school van Frank Sanders. Dus nu komen er mensen van de opleiding die hopelijk wel weer dat brede pakket hebben en de passie weer een beetje terugkrijgen. Maar goed, een passie hoort bij jezelf en komt niet uit een opleiding voort. Als je wilt, dan kom je er'.
Nadrukkelijk vult Simone aan dat ze het ook niet cadeau heeft gekregen en dat ze zich altijd weer voor honderd procent heeft gegeven, maar zich er ook zeer bewust van is dat ze wel altijd de kans heeft gekregen. 'In het begin riep ik altijd dat ‘mijn sterren goed stonden’ maar ik heb er natuurlijk wel voor moeten werken. Er komt ook een dosis talent bij dat je natuurlijk wel moet hebben, maar je moet ook de kans krijgen om dat talent te laten zien. En er blijven altijd mensen over die barsten van het talent en de kans net niet krijgen'.




















