Interviews.
John Kraaijkamp Musical Award gala 2011
De ongekende populariteit
van de MUSICAL
Zondag worden weer de belangrijkste musicalprijzen uitgereikt tijdens het John kraaijkamp musical Award Gala.
Musicals zijn ongekend populair in de Nederlandse theaters, en televisiemakers spelen daar handig op in. Simone Kleinsma, Joop van den Ende en Albert vVerlinde over hoe twee onverenigbare werelden tóch samen kwamen.
Avrobode nr. 40 1 t/m 7 oktober 2011 | tekst Vivian de Gier | foto Jacqueline de Haas, Delamar theater
Simone Kleinsma (53) weet nog goed hoe het was, haar beginperiode in de musicalwereld. Haar eerste hoofdrol was in Sweet Charity. Het was 1989, de musical was terug van vrijwel weggeweest, het vak stond nog in de kinderschoenen. En dus ging het zo: zij stond op het podium en een collega in de zaal moest steeds precies op tijd de bandrecorders aanzetten - dat waren de geluidseffecten. Een orkest was niet beschikbaar, want dat stond bij de andere musical die op dat moment werd opgevoerd, Cabaret met Willem Nijholt. ‘En het decor!’, lacht Simone. ‘Wij dachten toen: wauw, wat goed! Als je het nu terugziet, denk je: het was allemaal bordkarton dat naar beneden zakte’. Als beginnend actrice droomde Simone van een wereld -en een carrière- die eigenlijk nog nauwelijks bestond, althans, niet in Nederland. ‘Ik hield als kind al van musical en keek naar al die films. The Sound of Music heb ik wel dertien keer gezien. Ik speelde ze na in de duinen. Dát wilde ik later gaan doen, maar toen ik afstudeerde aan de Kleinkunst academie, waren er nauwelijks musicals’.
Tussen het Nederlandse publiek en de musical was het namelijk alles behalve liefde op het eerste gezicht. De eerste musical die in Nederland ten tonele werd gebracht, Alle wegen gaan naar Amsterdam (1960), werd slechts vijf keer opgevoerd. Later volgden My fair lady, Oliver! en The Sound of Music, waarvan de laatste twee jammerlijk flopten. De shows van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink deden het goed, en ook het duo dat daarna begon, Jos Brink en Frank Sanders, bracht een aantal redelijk succesvolle musicals op het toneel.
Maar van een musicalindustrie of -publiek zoals nu, was in de verste verte nog geen sprake, zegt theaterproducent Albert Verlinde (50). Vanaf de eerste voorstelling die hij zag, De engel van Amsterdam (1975) was Verlinde verkocht. ‘Ik heb alle Nederlandse musicals gezien die er werden gemaakt, en verzamelde platen met musicalmuziek -ik heb er zo’n tweehonderd. Maar het was een verborgen wereld. Dat veranderde in 1987. Carré bestond honderd jaar en bracht Cats op de planken. Het was een heel grote show en die werd een enorme hit. Daarna is Joop van den Ende musicals gaan maken en is alles enorm gegroeid, veel professioneler geworden en zijn er musicalopleidingen gekomen’.
Barnum, de eerste musical die Joop van den Ende (69) produceerde, flopte. Maar in 1991 werd Les Misérables een kassuccess. ‘Toen we voor het eerst een heel jaar in het Circustheater in Scheveningen stonden, verklaarde iedereen ons voor gek’, herinnert Van den Ende zich. ‘Er kwamen 250.000 bezoekers in één jaar, dat was toentertijd heel veel. Nu komen er jaarlijks tussen 700.000 en 800.000 mensen. De meest succesvolle voorstelling die we hebben gemaakt, was Phantom of the Opera. Daar kwamen 1.8 miljoen mensen naar kijken’.
Simone: ‘Op televisie kun je manipuleren met camera’s: montage speelt een belangrijke rol, net zoals in film. Op de bühne kan dat niet. De emotie in de zaal komt ook heel anders over op televisie. Als ik een hele tijd in het theater heb gestaan en ik doe weer iets voor televisie, acteer ik altijd véél te groot. Dan staan mijn ogen nog op Carré’.
Speciaal voor de fotoshoot van Avrobode vertolkt Simone Kleinsma de rol van Victor Victoria uit de gelijknamige musicalverfilming met Julie Andrews in de hoofdrol.
Het is het verhaal van de sopraan Victoria, die in het Parijs van de jaren 30 geen werk vindt. Ten einde raad gaat ze daarom de bühne op als een man die zich voordoet als vrouw.
De John Kraaijkamp Musical Award wordt sinds 2000 uitgereikt aan acteurs en actrices die in een musical spelen. Ook de ebste tekst, muziek, bewerking en regie worden beloond. De prijs is genoemd naar John Kraaijkamp, als blijk van waardering voor zijn prestaties als acteur en zijn betekenis voor de Nederlandse theaterkunst.
‘Mijn vorige nominatie was tien jaar geleden.
Dit is een héél leuk cadeautje’.
Ellis van Laaroven,
categorie Vrouwelijke Bijrol
Oud circuspaard
Maar de invloed op de musicalbranche is toch vooral positief; daar zijn Van den Ende, Verlinde en Kleinsma het wel over eens. Verlinde: ‘alles wat het publiek naar de theaters lokt, is prima, als de verwachtingen die op tv worden gewekt, maar wel kloppen. Voor acteurs is het eveneens goed, denk ik: zij maken meer naam en verdienen meer geld’.
‘Door deze tv-programma’s hebben veel mensen kennis kunnen maken met het fenomeen musical’, vermoedt Simone. ‘Je leeft een paar weken met die kandidaten mee, er komt een winnaar en dan wil je die ook zien in het theater. Daardoor is er, denk ik, een heel nieuw publiek aangeboord dat er anders nooit naar toe zou gaan. Ik ben alleen maar blij dat deze vorm van theater zo’n vlucht heeft gemaakt’.
Vanaf januari tot half juli staat ze zelf ook weer vijf tot zes keer per week op de planken met de nieuwe musical Next to Normal. ‘Dat wordt een pittig dingetje. Het vraagt veel, ook fysiek. Maar zodra dat licht aangaat, gaat het oude circuspaard toch weer hollen. Het blijft nu eenmaal het leukste vak dat er is’.

‘Het is nog niet helemaal bezonken dat ik ben genomineerd. Het was mijn eerste hoofdrol! Helemaal bijzonder dat we zo veel nominaties hebben gekregen, terwijl we maar een maand hebben gespeeld’.
Michelle van de Ven,
categorie Aanstormend Talent (Spring Awakening)