‘Waarom niet?
    We zijn zelfs beter!’
Simone:
Ze zitten in hetzelfde vak; de een al jaren, de ander net. Een gesprek tussen een junior en senior
Haar stoel moest met kussens worden opgehoogd, zo klein was Céline Purcell toen ze als kind werd meegenomen naar musicals. Simone Kleinsma was toen een van de sterren die ze zag spelen en ze wist: dát wil ik ook. Jaren later zijn ze elkaars tegenspeelster in Mamma Mia!’.
VIVA nr.11 14-20 maart 2005 dubbelinterview jr & sr
Hoe was jullie eerste ontmoeting?
Céline: ‘Ik was doodzenuwachtig, ik keek zo tegen Simone op. Ieder woord dat ik wilde zeggen, moest goed zijn, dus zei ik maar niets. Het was bijzonder met iemand te spelen die altijd ‘iets’ voor je heeft betekend. Toen ik tien was, zat ik al naar haar te kijken in Les Misérables. Ik wilde graag auditie doen om dat kindje te spelen, maar daar heeft mijn moeder me voor behoed. Ik was veel te mollig’.
Hoe komt het dat je al zo jong in een musical wilde spelen?
Céline: ‘Mijn vader is helemaal musicalgek. Wij gingen op zondagmiddag niet naar een voetbalwedstrijd, maar naar een musical kijken. En in de vakantie niet naar Llorett de Mar, maar naar Londen, waar we voorstellingen bezochten. Later ben ik erachter gekomen wat dat gekost moet hebben, maar mijn vader wilde dat beslist, ook al was ik nog klein. Ik herinner me dat we een keer naar the Phantom of the Opera gingen en dat er speciaal voor mij een paar kussentjes werden gebracht zodat ik wat hoger kwam te zitten en het beter kon zien. Ik zat ook al jong bij een amateurmusicalvereniging. Daar kwam een serieuze aftakking van, het ‘Nederlands musicalensemble’, en dat is uitgegroeid tot iets groots. De dirigent daarvan zat bij Joop van den Ende en die vertelde op een dag dat ze mensen zochten voor Miss Saigon. Ik heb toen auditie gedaan en werd aangenomen’.
Dat klinkt als een droomstart?
‘Ja, ik had mazzel, normaal was ik daar niet in gekomen. De musical liep al drie jaar en het ging om het laatste half jaar. Het was moeilijk daar mensen voor te vinden. Ik zat in het ensemble en was ‘understudy’.
Wat houdt dat in?
Simone: ‘Als je een vrije avond hebt of ziek bent, wordt je vervangen door een alternate; iemand die jouw rol heeft ingestudeerd. Een understudy kent deze partij ook, maar speelt bovendien in het ensemble’.
Céline: ‘Ik was understudy voor de hoofdrolspeelster. Dat was wel moeilijk, ik was achttien, echt nog zo’n kindje en moest een wijze vrouw van dertig zijn’.
Simone: ‘Heb je weleens gespeeld?’
Céline: ‘Ja, vijftien keer. Willem Nijholt stond in de coulissen, gaf aanwijzingen’.
En je ouders trots?
Céline: ‘Natuurlijk, maar ze doen niet gek, hoor. Ze waren ook trots geweest als ik rechten was blijven studeren, dat heb ik negen maanden gedaan’.
Hoe ging dat bij jou, Simone?
‘Mijn ouders waren bij de operettevereniging. Wij gingen niet naar Londen, maar naar de jaarlijkse uitvoering. Ze voelen allebei liefde voor het vak, hebben het zelf graag gewild, maar het was er de tijd niet naar om het professioneel te gaan doen’.
Heb je ambitie om naar het buitenland te gaan?
‘Nee, nooit gehad. Of het moet iets enorms zijn, zoals Londen of New York. Misschien zou ik het er een half jaar uithouden, maar daarna zou ik enorme heimwee krijgen. Ik heb het nooit durven doen, had het hier altijd fantastisch’.
En jij, Céline?
Céline: ‘Ooit wil ik wel naar het buitenland. Ik heb eens auditie gedaan voor iets in Duitsland, en was al aangenomen. Maar ik woonde net samen en wilde toch liever hier blijven. Maar als ik naar Londen zou kunnen of zoals Pia Douwes zes weken naar Broadway, dat is wel erg leuk. En ik vind zingen in het Engels ook lekkerder, maar ik zou daar nog geen auditie durven doen, dan val ik direct van mijn voetstuk’.
Simone: ’Waarom? We hebben hier ook een hoog niveau’.
Is dat zo?
‘Absoluut. Ik durf te zeggen dat we soms zelfs beter zijn’.
Mamma Mia! Is een groot succes.
Simone: ‘Het is een soort feest. Dat klinkt als een cliché, maar het is zo’.
Was je een Abba-fan?
‘Nee, maar dat hoeft ook niet. De nummers worden in een andere context gezongen en zijn vertaald in het Nederlands. Maar ik heb wel respect voor de muziek gekregen. Die zit goed in elkaar. Er zit iets in dat van generatie op generatie overgaat, ook mensen die er niet mee zijn opgegroeid, vinden het leuk’.
Jullie spelen allebei ook komedie.
Simone: ‘In augustus neem ik nog dertien afleveringen op van Kees & Co, en dan is het mooi geweest. Na acht jaar is alles er wel uitgehaald. Bij een grap denk ik soms: die heb ik toch al een keer gemaakt? Maar dat kan ook niet anders na zoveel jaar’.
Céline: ‘En ik speel in Kinderen geen bezwaar. Dat wordt opgenomen met publiek. Maandag krijg je je script, dinsdag en woensdag is het repeteren, donderdag repeteren met de camera en vrijdag opnames. En dan maandag de volgende...’.
Pittig.
Simone: ‘Je moet je erg concentreren per week, na de opname moet de chip worden leeggemaakt. Dan doe ik dag niets en daarna de volgende aflevering weer. Tenminste, zo werkt het bij mij. Ik weet dan niet meer wat de tekst van mijn rol de week ervoor was’.
Céline: ‘Ik heb er ook erg aan moeten wennen. In het theater is het zes weken hard repeteren en dan beginnen de voorstellingen. En is het niet goed, dan morgen beter. Maar nu heb ik soms wel het gevoel dat ik dingen anders had kunnen doen. Heb jij dat niet?’
Simone: ‘er zijn altijd gemiste kansen omdat het in zo’n korte tijd moet gebeuren’.
Céline: ‘Het is ook zo tegengesteld aan wat je in het theater doet. Daar doe je zeven dagen per week een voorstelling en dat doe je echt met z’n allen. Bij tv is er meer hiërarchie’.
Bij het theater niet?
Simone: ‘Dat heb je wel, maar dat druk ik snel de kop in. Geen sterren gedrag'.
Hoe doe je dat?
‘Ik zeg er wat van’.
Eigenlijk zou jij sterrengedrag kunnen hebben.
Simone: ‘dat kan, maar dat zit niet in mij. Je moet met elkaar een voorstelling maken. Als die jongen van het licht de volgspot niet aanzet, sta ik in het donker’.
Céline: ‘ik zie ook heel vaak jonkies, dat ben ik zelf natuurlijk ook, die hun eerste rol hebben en te snel stijgen. Dan hoor ik dat ze dit niet willen of dat niet. Dan denk ik: zeg het maar niet zo hard, voor je het weet zit je thuis op de bank’.
Het is wel een ijdel vak.
Simone: ‘Beslist. Iedere dag kijk je in de spiegel en zie je er een rimpel bij’.
Céline: ‘ik vind het lastig dat ik altijd op mijn gewicht moet letten, dat is mijn frustratie. Ik vind mezelf niet dik, zou een prima figuur hebben als ik ander werk deed. Maar als een kleedster zegt: ‘Nou, dit en dat doen we jou maar niet aan’.  Dan dek ik: oké, bedankt. Je wordt er wel veel meer mee geconfronteerd dan bij ander werk’.
Hoe lang kun je dit blijven doen?
Simone: ‘tot je zestigste of zeventigste. Bewegen wordt dan wel wat minder’.
Céline: ‘Je krijgt een oortje in...’
Simone: ‘...en een rollator. Maar ik heb ooit Chita Rivera gezien, in The Kiss of a Spider Woman, die vrouw was in de zestig. Ze kwam op en ik dacht dat ik haar understudy te pakken had, maar nee, ze was het zelf. Een mooi figuur, strak als een huis en ze danste als een jonge veertiger. Dat been kwam misschien niet zo hoog als tien jaar daarvoor, maar dat zie je als publiek niet, hoor. Nou, dacht ik, dan kan ik ook nog wel even voort’.
Moet je veel laten voor dit werk?
Simone: ‘ik weet niet beter, maar ja, vooral privé wel. Je privé-leven is anders dan van iemand die van negen tot vijf werkt. Mijn vrienden en familie weten dat al vanaf mijn negentiende’.
Hoe doe je dat?
‘In ieder geval één keer per jaar met iedereen bij elkaar komen. Ik merk ook wel naarmate ik ouder word, dat ik er meer behoefte aan heb elkaar vaker te zien’.
En hoe doe je dat in een relatie?
Céline: ‘Ik heb mijn vriend leren kennen bij Mamma Mia!, waarin hij mij verloofde speelde. Hij is inmiddels weg, we hebben onze relatie zo lang mogelijk stil gehouden, maar Simone had het door. Maar mijn vriend begrijpt hoe het gaat in dit vak’.
Simone: ‘Ik woon al achttien jaar samen met Guus (Verstraete, red.). Hij is regisseur, we zitten niet in hetzelfde tijdschema, maar weten van elkaar wel goed hoe het zit. Soms zijn er heel onregelmatige werktijden, dan zie je elkaar niet zo vaak, maar daar staat tegenover dat we vaak aan het eind van het seizoen twee maanden vrij hebben’.
Jullie zijn in Mamma Mia! Moeder en dochter, maar ik krijg de indruk dat er ook buiten de bühne zo’n soort verhouding is.
Céline: ‘Ik ga altijd met alles naar Simone. Niet alleen met drama, maar ook als ik een nieuwe jas heb. Ze luistert altijd, het is gewoon een schat. Simone is voor mij echt een voorbeeld. Van mij mag ze als enige in Nederland een diva zijn’.
Simone: ‘Het gekke is dat ik verbaasd ben dat ik een soort voorbeeldfunctie heb’.
Dat is zeker je bescheidenheid.
Simone: ‘Dat weet ik niet. Ineens heb je die positie’.
Céline: ‘het is best een hard vak, er is veel concurrentie. Dan is het wel fijn dat Simone zo lief en warm is. Ik vind het ook belangrijk dat ze er is. Het is toch een andere avond als dat niet zo is’.
Simone: ‘Dat komt ook doordat we vanaf het begin samen staan’.
En wat vind jij leuk aan Céline?
Simone: ‘Niks. Haha’.
Weet je al wat je na Mamma Mia! gaat doen?
Céline: ‘Ik hoop dat de komedie doorgaat. En verder zie ik wel.
Simone: ‘Ik heb in ieder geval de opnames voor Kees & Co en daarna weet ik het nog niet. Ik merk dat ik nu toch meer trek naar wat serieus werk. Dat hoeft niet direct, maar als er een rol voor me komt, zal ik zeker auditie doen’.
Weet je dat altijd voor de voorstelling afloopt?
‘Soms niet, maar ik vertrouw erop dat de telefoon wel gaat en er iets komt. Zo is het altijd nog gegaan’.
Ben je nooit zonder werk geweest?
‘Ja, maar dat was een eigen keuze. Dat was een sabbatical, het woord alleen al. Maar ik was er even aan toe. Ik had jaren achter elkaar gewerkt. In mijn ontwikkeling, en dan bedoel ik de ontwikkeling als mens, was ik mezelf voorbijgelopen. Ik heb een jaar heerlijk niets gedaan: wandelen, lezen, vrienden wat vaker zien’.
Komt het wel eens voor dat je na een productie opnieuw samen ergens in speelt?
Simone: ‘Nee, het zou wel heel leuk zijn, maar dat gebeurt niet vaak’.
Dus na Mamma Mia! Scheidden jullie wegen zich voorgoed?
Simone: ‘Dat zou kunnen’.
Céline: ‘Raar hè?’