‘Er valt nog zoveel  te ontdekken, ook in mezelf. Ik ben nog lang niet klaar’.
Songs from The Heart.
Simone Kleinsma
ALTIJD
ONDERWEG
In dat ‘rare’ beroep ben jij inmiddels al 31 jaar succesvol. Niet de neiging om op het hoogtepunt te stoppen?
‘In theorie kun je met dit vak doorgaan tot je erbij neervalt. Voor mij valt het doek als ik het gevoel heb dat ik het plezier en de passie kwijtraak. En dat is nog lang niet het geval. Ik heb ook geluk gehad. Rond je dertigste zijn er rollen genoeg, na je veertigste ben je aangewezen op de moeder rollen. Die liggen niet voor het oprapen. Toevallig kreeg ik die in zowel Kees & Co als Mamma Mia!’

Is er dan nog een toekomst na je vijftigste, want ook aan deze show komt ooit een eind.
‘In het najaar zit ik in de musical Sunset Boulevard. In dit geval gaat de hoofdrol ook om een oudere vrouw, één van mijn droom rollen. Het enige nadeel is het reizen. Soms sta ik langer in de file dan op een podium!’

Vind je het ook vervelend als je op straat wordt herkend?
‘Ik wordt niet vaak aangesproken. Overdag gebruik ik weinig make-up, alleen mascara is heilig, dus mensen herkennen me niet meteen. Je ziet ze denken: Is dat nou..? En dan ben ik alweer voorbij. In de tijd dat Kees & Co werd uitgezonden, was dat heftiger. Dan riepen de mensen zo van de overkant van de straat: ‘Hé Kees!’ Daar moet je niet moeilijk over doen. De meeste fans zijn hartstikke aardig. Ik krijg heel veel lieve brieven en mails en als ik op dat podium sta en ik zing een gevoelig liedje, waarvan de zaal zo stil wordt dat je een speld kunt horen vallen, vind ik al die aandacht geweldig. Je hoopt natuurlijk dat ze je show goed vinden, maar als het dan ook echt blijkt, geeft dat zo’n enorme kick. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen gaan lopen’.

Je staat voor het eerst helemaal als jezelf op het toneel, is dat niet eng?
‘In een soloprogramma stel je jezelf heel kwetsbaar op. Je speelt geen rol zoals in een musical. Ik zing, als je de medleys meetelt, al gauw zo’n vijftig liedjes. Daar zitten ook luisterliedjes tussen die voor mij persoonlijk heel veel betekenen’.

Zoals Mijn meisje over je overleden dochtertje?
‘Ik heb haar dood inmiddels een plek kunnen geven. Ik moest wel. Zoals een schilder zijn verdriet kan verwerken in een mooi schilderij en een schrijver in een prachtig boek, zing ik er een lied over. Dat geeft toch een bepaald soort voldoening. Het is natuurlijk heel erg jammer dat er daarna nooit meer een kindje is gekomen. Echt heel jammer. Maar het is zoals het is’.

Is het niet moeilijk om zoiets te delen met meer dan duizend onbekenden in een zaal?
‘Dat er veertienhonderd mensen in de zaal zitten, beangstigt me niet. Ik zie alleen een groot zwart gat. Wat dat betreft vind ik speechen in een kamer voor tien mensen die me aankijken een stuk enger dan dat ene grote oog van het theater’.

De laatste tijd is er nogal wat verdriet te verwerken in de showbizz wereld.
‘Er gaan de laatste jaren veel mensen dood die me dierbaar waren. Allemaal te jong. En allemaal vrij snel. Je hoort dat ze ziek zijn en binnen een paar weken zijn ze er niet meer. Bij Jos was het in twee maanden gebeurd. Je leert ervan te relativeren. Wat zou je je druk maken om kleine dingen of om geld? Op een dag ga je dood en dan kun je niks meenemen’.

Het lijkt wel of artiesten jong sterven. Is het zo’n zwaar vak?
‘De artiesten wereld is niet destructiever dan een andere. Er overlijden dagelijks mensen na een kort ziekbed, alleen weten we het daar niet van. Artiesten zijn publieke figuren. Iedereen houdt zich bezig met hun ziekbed en hoort het wanneer ze overlijden. Ik troost me maar met de gedachte dat het daarboven inmiddels heel gezellig moet zijn’.

Je moet ook iedere keer weer vrolijk op dat toneel staan.
‘De schaduwzijde van dit vak is dat je altijd moet blijven lachen. De mensen in de zaal hebben niks te schaften met jouw verdriet. Daar betalen ze niet voor. Je moet die knop kunnen omzetten zo gauw je het podium opstapt. Dan rek je een laagje over je verdriet of pijn en na de voorstelling haal je het weer weg om verder te gaan met je verwerkingsproces’.

Geloof jij in God?
‘Ik geloof niet in één God. Maar ik hoop wel dat er iets is hierna. Ik zou er graag een bewijs van hebben, zodat je niet meer bang hoeft te zijn om over te stappen naar een andere dimensie. En je ook niet meer verdrietig hoeft te zijn als iemand overlijdt. Want je weet dat je hem of haar ooit terugziet. Daarom ben ik ook zo geïntrigeerd door bijna-dood ervaringen. Al die mensen vertellen bijna hetzelfde verhaal: die tunnel met dat licht en dat geweldige gevoel dat ze doorstroomde, zodat ze bijna niet meer terug wilden naar hun lichaam. Dat geeft me hoop. Misschien komen we elkaar echt wel weer ergens tegen’.

Ben je een tevreden mens?
‘Ik ben behoorlijk tevreden met mijn leven. Qua werk is het allemaal zeer fantastisch gegaan. Ik heb hard gewerkt, maar ook veel mazzel gehad. Ook met de mensen om me heen. Ik ben ooit met Joop van den Ende aan de wandel gegaan en dat is een hele mooie wandeling geworden. Ook privé zit het mee. Guus en ik zijn nu 22 jaar bij elkaar, we zijn met elkaar vergroeid. Misschien komt dat ook omdat we in hetzelfde vak zitten. We weten bijvoorbeeld waarom een ander later thuiskomt dan beloofd. Natuurlijk hebben wij ook wel eens onze stormen, maar daar komen we telkens weer goed doorheen’.

Hoe?
‘We houden het leuk met elkaar door af en toe iets nieuws te ondernemen. Vorig jaar hebben we een huisje in Frankrijk gekocht. Eindelijk, het was al heel lang een wens van ons. Momenteel zit Guus er vaker dan ik, omdat ik midden in mijn show zit. Maar in de zomer ga ik daar lekker twee maanden bijtanken. Wat een heerlijk gevoel van vrijheid’.
top