Haar belofte om persoonlijker dan ooit te worden, tilt haar werk naar nog een hoger niveau. Simone Kleinsma (52) over haar solovoorstelling Songbook: ik mis mijn moeder in alles. Er is nu niemand meer bij wie ik terecht kan over mijn vroegste jeugd of over gebeurtenissen uit die tijd’.
AD weekend 15 januari 2011 | tekst Annemart van Rhee | foto Pim Ras, ANP, HH
Het contrast is opmerkelijk. Met het licht op haar gezicht transformeert ze op het podium tot rauwe smartlappenvertolker en confronteert ze de zaal met een strijdvaardig statement tegen homohaat. Gehuld in stemmig zwart en getooid met glitterbolhoed beheerst ze het toneel. Zonder twijfel: de koningin van het bal.
Eenmaal na de voorstelling peilt ze met een pot bier in de hand de reacties van het publiek. Maakt in de foyer grappen met echtgenoot en regisseur Guus Verstraete. Of ze arriveert in jogginsbroek bij de schouwburg om samen met haar team vlak voor een optreden een bak afhaalmihoen te eten. Ook scharrelt ze zelf rond in de keuken van het Bussumse theater Spant!, op zoek naar een opener om later bij gebrek aan dat gereedschap haar flesje fris aan de deurpost te ontkurken. Verontschuldigend: ‘Ja, hallo. Dit is mijn tweede huiskamer’.
Na drie decennia theater- en tv succes blijft Simone nog altijd one of the guys. Een die kan lachen om haar eigen tekortkomingen en twijfels: ‘Bij zo’n intensieve tournee als Songbook word je onherroepelijk met je neus bovenop de feiten gedrukt: je bent niet zo jong meer. Ik merk het met name doordat dat been niet meer zo ver de lucht ingaat en door fysieke pijntjes in mijn rug en knie. Vroeger verdwenen die, daarna duurde herstel langer, maar nu blijven ze. En na een blik in de spiegel - en die heb je in ons ijdele vak erg veel - schrik ik soms: daar zit er weer één!. Een extra rimpel’.
Ze drukt bij wijze van demonstratie haar neus tegen de spiegelwand in haar kleedkamer die zo royaal is dat een compleet voetbalteam zich hier kan verschonen: ‘Ouder worden? Leuk is anders. Ik moet vaker naar de sportschool voor hetzelfde resultaat. Wanneer ik echt goed bezig ben drie keer per week. Soms kan ik dat niet opbrengen. Zeg nooit nooit, maar aan de botox wil ik voorlopig niet: ik zie mensen zo veranderen. Dan denk ik: vroeger was je gezicht zo mooi en leuk en nu lijkt het alsof je een mombakkes draagt. Een tijd terug voelde ik toch plotseling de aandrang om wat te laten doen. Toen zijn de lijnen langs mijn mond opgevuld met mijn eigen vet. Het zou driekwart jaar blijven zitten, vertelden ze. Uiteraard was bij mij de boel na drie maanden alweer naar beneden gezakt’.
Eenzelfde eerlijkheid en zelfspot keren terug in Songbook, na Songs from the Heart het tweede soloprogramma waarin de Amsterdamse niet kan schuilen achter een rol of karakter, maar als zichzelf de bühne bestijgt. Uiterst gevarieerd: van tere songs van Charles Aznavour en Wouter Hamel tot hits van the Beatles en Bon Jovi. En haar meest persoonlijke werk tot nu toe. ‘Haar ouderdom verdween, want in haar blik verscheen een jong meisje’, zingt ze in De liefde danste mee. Ze verhaalt over haar vader die haar Simon noemde omdat hij misschien liever een zoon had gehad, brengt een bijna tastbare liefdesode aan haar onlangs overleden moeder en zingt een treurlied over te snel voorbij gegleden jaren en een onschuldig Nederland dat dreigt te verdwijnen. Een optreden dat ontroert, raakt, en tevens dikke glimlachen veroorzaakt.
‘Ik kom uit een hardwerkend, normaal arbeiders gezin. Mijn vader had een garage aan het Amsterdamse Frederiksplein waarin hij heel zijn leven heeft gewerkt. Een warme man en bijzonder begaan met mijn broer en mij. Hij is al jaren gelden gestorven en het is jammer dat we zo snel afscheid van hem moesten nemen. Mijn moeder was een zeer gesoigneerde, intens mooie vrouw. Echt zo’n filmster met een Grace Kelly-rol in haar nek. Altijd vrolijk en optimistisch en een ontzettende volhouder. Ook iemand van: niet praten over problemen, hup doordouwen. En te bescheiden: altijd zichzelf wegcijferen voor anderen. Hoe ouder ik word, hoe meer ik op haar lijk.
‘Ze overleed een jaar geleden. Ik mis haar nog steeds in alles, vooral die dagelijkse kletsjes en belletjes. Dat ik niet meer kan vragen: wat was dat recept of hoe zat dit ook alweer? Had ik het maar eerder opgeschreven. Het idee dat de enige persoon die alles over mij wist van kleins af aan er niet langer is, vind ik zo raar. Er is namelijk niemand meer bij wie ik terecht kan over mijn vroegste jeugd of over gebeurtenissen uit die tijd. Mijn broer weet dat soort dingen niet. Verder was mijn familie heel klein: mijn ouders, een neef, een tante en twee oma’s. Ze zijn er nu allemaal niet meer, het slinkt. Een vreemd gevoel: ik ben ineens wees, de volgende generatie. Dat zorgt ervoor dat je je veel meer bewust bent van je sterfelijkheid’.
‘Ik voelde al enige tijd de behoefte om persoonlijker op het toneel te worden. Om me kwetsbaarder op te stellen en me te verdiepen. Na jaren luchtig repertoire waaronder de langlopende serie Kees & co waren zwaardere rollen in Aan het einde van de regenboog (over de tragische nadagen van Judy Garland, red.) en One Flew Over The Cuckoo’s Nest daar eigenlijk al de voorbode van. Die stukken zorgden ervoor dat ik steeds een stapje verder ging en mezelf uiteindelijk durfde bloot te geven. Het klinkt misschien therapeutisch: het is prettig om als jezelf belangrijke herkenbare momenten en ervaringen te delen in de hoop dat anderen er iets aan hebben. Ik ben ertoe in staat op het podium omdat mijn moment dan al geweest is en ik de emoties erover heb verwerkt. Ik bedoel: iedereen heeft een moeder gehad. En ook wanneer ze nog leeft, vraag je je wel eens af hoe het zou zijn zonder haar. Had ik dit of dat niet anders moeten doen. Sommigen schrijven er een boek over, ik zing een liedje. Verdriet verpakt in een blije herinnering die ook gaat over je eigen eindigheid’.
Die wetenschap maakt dat ze na ruim 33 jaar buffelen, bijna dertig verschillende theater rollen en talloze tv-optredens regelmatig bewust gas terugneemt. ‘Wanneer je jong bent, is de aanwezigheid van je familie vanzelfsprekend. Je kunt werken tot je een ons weegt en het maakt niet uit wanneer je je bij wijze van spreken een half jaar niet laat zien. Toen er allemaal mensen om me heen wegvielen, dacht ik: hallo, het gaat wel heel snel nu. Dus neem ik de tijd voor anderen en spreek vaker af met vrienden en vriendinnen. Borrelen, koffie drinken en andere lullige kleine dingen waarvan ik echt geniet. Met Guus ga ik regelmatig naar ons huisje in Frankrijk. Om te zonnen, lezen en om filmpjes te monteren. Dat is mijn hobby. En pas ben ik met mijn goede vriend Maurice Wijnen (jurylid bij Popstars, red.) naar New York geweest. Twee voorstellingen per dag bezoeken, lekker eten en shoppen. Maurice weet precies waar we moeten zijn om inkopen te doen. De Songbook-tour is zo gepland dat ik een sociaal leven heb: twee dagen werken, een dag vrij, twee dagen werken, een dag vrij. Niet alleen omdat het programma zo heftig is voor mijn stembanden dat ik dat geen zes dagen achter elkaar volhoud. Ik beschouw dat ook als een verworvenheid: men past zich aan mijn wensen aan. Ik ben nu aan het oogsten, na jaren waarin ik constant maar doorging’.
1990 Haar huwelijk met Guus Verstraete
Simone begint na de Kleinkunst academie in 1977 als soliste aan de zijde van Gerard Cox. Vervolgens, via de voorstellingen Amerika Amerika en Maskerade van Jos Brink en Frank Sanders, maakt ze op voorspraak van Joop van den Ende als gevederde revuedame furore op de planken naast André van Duin en Frans van Dusschoten. Het is een tijd - Harry Bannink en Annie M.G. Schmidt waren gestopt - waarin de musical in Nederland behoorlijk op zijn gat ligt. Buitenlandse producties zijn er niet of nauwelijks en veel artiesten azen wanhopig op die ene rol. Van den Ende neemt het risico door speciaal voor Simone Sweet Charity naar Nederland te halen. Hij krijgt geen spijt van zijn besluit: de combinatie slaat in als een bom en vormt de opmaat voor een lawine aan buitenlandse voorstellingen en een musicalvriendelijk klimaat in ons land. Simone grossiert in rollen en laveert van klassiekers als Les Misérables en Funny Girl naar producties als Chicago en Mamma Mia! Ze groeit uit tot alrounder - haar stembanden bestrijken en beheersen alle genres - van chansons tot pop en smartlappen - die haar show draagt.
‘Toen ik begon, was ik een naïef gansje, zo bleu als wat. Een straatmeid die poppen ogen opzette bij alle nieuwe ervaringen. Ook ongelooflijk nerveus en onzeker over wat ik deed. Dat leidde ertoe dat ik tijdens een songfestival in Knokke in 1982 door de zenuwen vreselijk vals stond te zingen. Het was een verschrikking. Ik denk ook niet dat ik de druk had aangekund om als debutant te worden gelanceerd in talenten jachten zoals Op zoek naar Mary Poppins of nu Op zoek naar Zorro. De stress voor die jongens en meisjes is dertien weken lang zo enorm. En ze moeten keihard werken om zichzelf te bewijzen’.
Wanneer het diva-gehalte in haar vak ter sprake komt, worden haar gebaren gedecideerder. Ze reageert fanatiek. ‘Ik vraag me af of zo’n stoomcursus de juiste weg is. Je moet oppassen: ineens ben je de ster. Krijg je te maken met rode lopers, media, roem en aandacht. Je moet dan de mazzel hebben om mensen om je heen te hebben die je met beide voeten op de grond houden. Je wordt opgehemeld, komt in een roes terecht. Daardoor kun je veranderen in een heel vervelend iemand, een persoon met kapsones. Ben je na die fantastische hoofdrol er toe in staat om weer genoegen te nemen met een plekje in het ensemble als zich niets anders aandient? Dat werkt best ingewikkeld in je hoofd. En ik vind: je moet blijven relativeren, het is je werk. Weliswaar het meest fantastische vak in de wereld, maar toch: werk’.
En die oer-Hollandse nuchterheid zorgt er waarschijnlijk voor dat zij - net als collega-artiesten André van Duin, Marco Borsato en Guus Meeuwis - bij het grote publiek in de smaak blijft vallen en op een voetstuk wordt gezet. Het vormt een belangrijke pijler onder haar succes, analyseert ze. ‘Ik ben herkenbaar, aanraakbaar en niet niet bedreigend. Een uitstraling van the girl next door, het buurmeisje. Vrouwen zien in mij een gezellige dochter of zuster, jongere meiden een prima moeder. Mannen denken: wat een leuke meid, zonder verdere bijbedoelingen. Kortom: het is niet gevaarlijk wat ik doe. Bovendien blijf ik dichtbij de mensen. In Amsterdam deed ik alles op de fiets en bij premières ga ik het liefst door de achterdeur naar binnen’.
Haar schaterlach klinkt wanneer ze vertelt over de reacties op haar bekendste tv-rol: ‘Toen Kees & co op de televisie was, werd ik op straat ook nageroepen: ‘hé Kees, boodschappen gedaan? Hoe gaat ie Kees? De groeten thuis, Kees!’ Ik was gewoon Kees en dacht: prima. Ik heb regelmatig advies gekregen: in jouw branche moet je wel met iets meer poeha binnenkomen. Dat zit niet in me. Misschien komt het door mijn komaf: dat hechte, kleine clubje dat genoot van de kleinere dingen in het leven’.
Behalve het overlijden van haar moeder en het begin van haar eigen programma bleek 2010 ook een hectisch jaar omdat Simone en Guus besloten Amsterdam in te ruilen voor Blaricum. Terwijl slechts een paar jaar daarvoor de verhuiswagen precies de andere kant opreed, omdat beiden meer reuring verlangden.
‘Tsja, we verkassen frequent. Ik houd van Amsterdam en ik ben een Amsterdamse, maar ik vond het er vies en smerig geworden. Zoveel troep, van hier tot Tokio, overal een bende met blikjes en andere rotzooi. Goor. Bovendien woonden we in zo’n drukke buurt dat ik het niet erg vond om weer terug naar de natuur te gaan. Een omgeving waar je aan de bomen kunt zien dat de seizoenen wisselen. Maar de belangrijkste reden voor de verhuizing is dat we nu dichter bij de kleinkinderen zitten. En die groeien maar één keer op’.
Dat roept een vraag op over die trieste episode uit hun leven: twaalf jaar terug werd hun dochtertje Teuntje dood geboren. Guus had al kinderen, Simone niet. Bieden zijn kleinkinderen haar troost voor het verlies? Voor het eerst reageert ze afwerend: ‘Daar gaan we weer. Ik wil het daar niet meer over hebben. Niet omdat ik dat niet kan, maar omdat ik het niet wil. Ik heb dat hoofdstuk voor mezelf goed afgesloten en de gebeurtenissen een plaats gegeven. Het elke keer weer oprakelen heeft voor mij geen zin. Het leven is doorgegaan. Zijn nageslacht is dan wel niet mijn eigen vlees en bloed, maar ik zie dat niet als surrogaat. Na 21 jaar samenzijn met Guus beschouw ik ze als familie. Ook zijn meiden heb ik zien opgroeien. En nu gebeurt dat weer met zijn kleinkinderen van 9, 7, 5 en 3. Die laatsten wonen in Zuid-Afrika. Erg ver weg, maar via Skype kunnen we toch goed contact houden. Guus gedraagt zich echt als een opa, maar door mijn levensinstelling voel ik mij geen oma. Ik ben eerder een soort vriendinnetje dat ze Moni noemen en dat houden we zo’.
Simone toert nog tot en met april met Songbook door Nederland. Heeft zij na dit programma nog dromen? En wanneer zou 2011 wat haar betreft een geslaagd jaar zijn? ‘Ik vind dat moeilijk omdat ik tijdens mijn carrière al zoveel mooie dingen heb mogen doen en meemaken. Ik hoop dat ik lekker kan doorgaan met waar ik nu mee bezig ben: de tour en het huis. En ik zou heel graag nog eens een film maken. Misschien wel een komedie omdat ik na al dat zwaardere werk straks weer toe ben aan iets lichtvoetigers. Voor de rest ben ik in alle opzichten, zowel privé als zakelijk, een gelukkig mens. En dat voelt heerlijk’.